Koert van Mensvoort - Vrijdag 25 Jun '04 - + 23 - 26 De beeldbubbel

Pablo Picasso werd eens gevraagd waarom hij de mensen niet schilderde zoals ze werkelijk waren. Picasso vroeg de interviewer wat hij bedoelde. De man toonde een foto van zijn vrouw en zei: 'Dit is mijn echtgenote'. Picasso reageerde verbaast, 'Uw vrouw is wel erg klein en plat. Nietwaar?'

Dagelijks worden we met meer beelden geconfronteerd dan een middeleeuwer in een heel leven onder ogen kreeg. Wie een krant van 100 jaar geleden openslaat staat versteld van de hoeveelheid tekst en het totale gebrek aan plaatjes. Hoe anders is dat nu; onmiddellijk na je geboorte -terwijl je nog onder de moederkoek zit en ongekleed en ongedoucht bent- staan je ouders al klaar met hun digitale camera om een foto van jou te maken. Natuurlijk mag de hele familie en de rest van de wereld de foto’s bekijken. Beelden nemen een steeds belangrijkere plaats in onze communicatie en informatieoverdracht. Het is steeds vaker het beeld dat de doorslag geeft in belangrijke kwesties. Uitdagende logo’s, stijlen en iconen moeten ons doen geloven dat we met elkaar verbonden zijn of juist van elkaar verschillen. Iedere scholier moet beslissen: Wil ik tot de skaters, gabbers, kakkers, of wat is er nog meer behoren? Naakt naar school gaan is geen optie, maar welke broek je ook aantrekt, het is onvermijdelijk een medium voor sociale communicatie. Je broek zal worden gelezen als een uitspraak, een statement, waarmee je klasgenoten jou zullen stereotyperen. Als kind dacht ik dat de mensen die ik op TV zag, ook echt in de TV zaten. Ik vroeg me af waar ze bleven als ik de TV uitzette. Ergens heb ik nog steeds het gevoel dat het de tv pijn doet wanneer ik hem uit zet. De interactiviteit tussen mensen is een interactiviteit van beeldschermen geworden. We zijn beeldwezens, levend in beeldlagen.

Ik herinner me dat vreemde gevoel van herkenning, toen ik voor de eerste keer in Parijs was en daar de Eiffeltoren zag. Zowaar, hij stond er! Ik had het gevoel dat ik een oude neef zag die ik een tijdje niet gezien had. Natuurlijk maak je daar dan een fotootje van als een bewijs dat je er geweest bent: ‘Ik en de Eiffeltoren’. Duizenden mensen per jaar maken diezelfde foto. Iedere architect droomt er van zo een icoon te ontwerpen. Bijzondere architectuur wint al vaak prijzen voordat het gebouw is opgeleverd. De iconische kwaliteit wordt erkend op basis van de computer visualisaties. Ons moderne leven te midden van visuele media zorgt ervoor dat iedereen en alles vooral zichtbaar wil zijn [Win2006]. Hoe zichtbaarder, hoe echter, hoe waarachtiger [Oos2003]. Je zou verwachten dat de overvloed aan beelden ons doet verzuipen. Nu valt het moeilijk te ontkennen dat er sprake van enige beeldrot, maar toch blijft die onstuitbare honger naar meer. Wij mensen zijn nu eenmaal extreem visuele dieren. Van de grotschilderingen tot aan de computer heeft het visuele beeld het menselijke ras geassisteerd in het omschrijven, classificeren, ordenen, analyseren en uiteindelijk in het bereiken van een toenemend begrip van de wereld om ons heen [Bri2000].

Een voorbeeld. Wie herinnert zich nog dat computers ingewikkelde machines waren, die alleen door hoogopgeleide experts met obscure commando’s bediend konden worden? Pas met de komst van de grafische user interface werd de computer een alledaags apparaat; opeens kon iedereen met een computer werken. Over de hele wereld gebruiken mensen uit verschillende culturen dezelfde iconen, mappen, knoppen en prullenbak. Het succes zit niet zozeer om de leuke plaatjes, maar in de metafoor die de machine zo toegankelijk maakt; De computer desktop als variant van het ouderwetse bureaublad. Dit brengt ons op een belangrijk verschil tussen beelden en beelden (inderdaad erg onhandig dat het er we hetzelfde woord gebruiken voor twee verschillende dingen). Aan de ene kant zijn er de beelden die we onder ogen krijgen (plaatjes). Aan de andere kant de denkbeelden die we in ons hoofd hebben (mentale beelden). Beelden in de zin van “ik probeer me er een beeld van te vormen”. Steeds beter realiseren we ons dat 'denken' fundamenteel aan zintuigelijke ervaring gebonden is. In het boek ‘Metaphors we live by’ betogen onderzoekers Lakoff & Johnson dat menselijk denken fundamenteel metaforisch werkt [Lak1980]. Metaforen maken het mogelijk om fysieke en sociale ervaringen te gebruiken om talloze andere onderwerpen te begrijpen. Onze leefwereld is zo abstract geworden. We zijn op continue zoek naar visualisaties en ervaringen die duidelijk maken hoe we de dingen kunnen zien. Vandaar. De politicus spreekt in heldere soundbites. De sportschoenenfabrikant verkoopt geen schoenen, maar imago. De longchirurg wandelt door de longen van zijn patiënt zoals een boswachter door het bos loopt -met dank aan de head mounted virtual reality display. Zoals we eerder zagen zijn de plaatjes niet alleen een weergave van, ze bepalen ook de werkelijkheid; beelden zijn vaak echter dan echt. Het bijzondere aan de beeldcultuur is niet dat het feit dat er zoveel plaatjes geproduceerd worden, maar de diepe behoefte om alles wat mogelijk betekenisvol zou kunnen zijn te visualiseren. Onze visualisaties zijn onmisbaar onderdeel van de cyclus waarin we onze betekenissen bepalen. Zonder visualisaties geen realiteit.

Naam:
Persoonlijke info onthouden?

Email:
URL:
Reactie:Emoticons


Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.